Het Verhaal van Windesheim : Gerrit Pompert "veldwachter te Windesheim (1-1-1932 tot 1-1-1939)  van het type Bromsnor".  
Iedere dag komen er talloze verhalen op ons af, of je nu een boek leest, een film kijkt, een mop aan de bar vertelt of de laatste roddel hoort over een buurtbewoner. Je struikelt bijna letterlijk over de verhalen en het gekke is het verveelt nooit. De Historische vereniging Windesheim wil ook een verhaal vertellen: het Verhaal van Windesheim zoals het ooit was. Internet is daarbij een onuitputtelijke bron.

 

Markante persoon

Een markante persoon in Windesheim van de vorige eeuw was zonder twijfel Gerrit Pompert. Hij was van 1897 tot 1924 vertegenwoordiger van de sterke arm te Windesheim, Harculo, Hoog Zuthem, Oldeneel en Ittersum. Met zijn vrouw Gerrigje Klomp woonde hij aan de Veldweg 5. Ze kregen vele kinderen, met de in die tijd bijna onvermijdelijke vroege kinderdoden. Geboren in Oldebroek was Pompert een tijd lang -evenals zijn vrouw- dagloner geweest voordat hij de stap waagde naar gemeenteveldwachter in Kampen en later te Zwollerkerspel.
Op de afbeelding staat Pompert met zijn echtgenote voor Veldweg 5.

Bromsnor Een koddebeier in die dagen zag eruit zoals Bromsnor uit de serie Swiebertje: een man met imposante snor, een tuniek met 2 rijen messing knopen, een pet, een gummiknuppel, een revolver en een riem om het middel waar een zwaard aan hing die een hartsvanger werd genoemd. Het beroep stond in die tijd laag in aanzien, was slecht betaald en op allerlei manieren probeerde een veldwachter wat geld bij te verdienen zoals het wegbrengen van brieven en pakjes. De gemeente hield Pompert kort, verzoeken om extra geld werden geweigerd en het lukte hem pas na 3 jaar om een regenjas betaald te krijgen.
Op de afbeelding staat Pompert in het midden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Werkboekjes
De dagboekjes die Pompert in zijn mooie handschrift bijhield laten zien dat hij een groot deel van zijn tijd op zijn fiets of te voet surveilleerde Het moet zwaar zijn geweest om er ’s nachts op toe te zien dat tapperijen en herbergen zich hielden aan de sluitingstijden waarbij hij zich moest verplaatsen op nauwelijks bestrate en verlichte wegen in een groot buitengebied. Zijn werk was heel gevarieerd. Zo liep hij mee met het schouwen van de watergangen en droeg hij in zijn leren tas de kadastrale kaarten met de lijsten van eigenaren. Hij telde paarden en koeien, controleerde of mensen wel hun hondenbelasting betaalden en bij een uitbraak van besmettelijke ziekten plaatste hij bordjes op de erven. Ook hield hij in de gaten dat er geen kinderarbeid werd verricht, verbaliseerde hij mensen die dronken waren, arresteerde hij stropers, illegale slachters en -iets wat typisch voor die tijd was- hij deed woonwagens uitgeleide naar de rand van de gemeente. In zijn werkboekje komt ook regelmatig de term ‘dienstboden beschrijven’ voor. Dat opent voor sommigen misschien vergezichten maar het ging slechts om een registratie van dienstboden voor de overheid. Met verkeersveiligheid – in 1901 waren er maar 6 auto’s in Zwollerkerspel - had hij niet veel van doen of het moest zijn dat een paard van landbouwer van Tongeren met een kar vol klaver op hol sloeg, vervolgens in een sloot terecht kwam, zich daaruit werkte en door Pompert bij het huis Windesheim werd stilgehouden. Hij werkte 6 dagen in de week, was minstens 8 uur per dag op pad in zijn buurtschappen of in het raadhuis te Zwolle waar het gemeentehuis van Zwollerkerspel stond. Bij brand waarschuwde men Pompert die dan eerst naar het landgoed toog om de brandspuit van de baron op te halen om zich vervolgens naar de plaats des onheils te spoeden. Daar aangekomen was het gebouw meestal al uitgebrand en kon hij alleen de belendende percelen met wat bluswater nat houden.

Doofpot Zijn directe leidinggevende was de burgemeester. In de beginjaren was dat mr. Jan Arend Frederik de Vos van Steenwijk genaamd van Essen tot Windesheim. In het voorjaar 1904 schreef een inwoner een anonieme brief aan de Commissaris van de Koningin waarin hij uit de school klapte dat Pompert niet alleen onbetaalde werkzaamheden deed voor de burgemeester maar dat hij bij één van die karweitjes het zicht uit zijn linkeroog verloor. Het briefje verdween in de prullenbak waarmee de zaak in de doofpot was gestopt.

Boeven vangen Pompert heeft in zijn loopbaan enige boeven opgebracht. Zo was er in 1905 de Duitse inbreker Hermann Schmidt in Zwolle betrapt en aangehouden maar deze wist op zijn beurt de Zwolse politieagent te bedreigen met een getrokken pistool en in de duisternis te ontvluchten. De agent blies op zijn hoorn maar de vogel was gevlogen. De agenten uit Zwolle en Zwollerkerspel werden in een staat van verhoogde paraatheid gebracht. De volgende avond ging werkbaas Blom koeien wegbrengen naar een van de weiden op het Windesheimse landgoed toen hij door een Duitser werd aangesproken die hem vroeg hoe hij bij de uitgang kon komen. Blom vertrouwde het niet en waarschuwde de koetsier die op zijn beurt naar Pompert snelde die in burgerpak op goed geluk richting Wijhe ging. Bij de Herxer brug aangekomen, wist iemand hem te vertellen dat er een onbekend persoon langs de Wetering naar Wijhe liep. Het verslag in de Provinciale Zwolsche Courant gaat verder: “Even daarna komt Pompert den arbeider Grotenhuis tegen en vraagt hem te helpen. „Dat doe 'k", was het kloeke antwoord. Langs een omweg trachtten ze daarop den man tegemoet te loopen; dit gelukte hun. Gelukkig was de veldwachter P. in burgerkleeding. Ze spraken af hem tusschen hun beiden door te laten gaan. „Jou moet ik hebben", donderde P. hem toe, en greep hem, evenals Grotenhuis, bij een arm, waarop de Duitscher van schrik neerviel. Fluks werden hem de boeien aangedaan, hij werd gefouilleerd en twee geladen revolvers op hem gevonden. Hij werd daarna naar Windesheim gebracht en van daar half tien per trein naar Zwolle.” Pompert werd geprezen om zijn doortastendheid en moed. De gemeente beloonde hem met 50 gulden.

Geliefd en gerespecteerd In het verenigingsleven was hij actief. Hij was de drijvende kracht achter de geitenfokvereniging “De Geitenvriend“ als oprichter, voorzitter, keurmeester en later als vertegenwoordiger in het Overijsselse bestuur. In de regionale afdeling van de Algemene Politiebond was hij secretaris en bij de bestuurssamenstelling tijdens de oprichtingsvergadering van de Coöperatie Ons belang werd hij de penningmeester. Bij zijn 25 jarig ambtsjubileum in 1922 werd hij rijkelijk bedacht met cadeaus. <hier afb. pompert portret.jpg>Zo kreeg hij van het secretariepersoneel een staande klok, van de buurtschappen Windesheim en Harculo een schrijftafel met bureaustoel, van collega-veldwachters een lakcachet en vouwbeen in etui, van “De Geitenvriend” een inktstel en vulpenhouder, van het buurtschap Hoog-Zuthem een theekast en wandelstok met zilveren knop en van het plaatselijk fanfarecorps een ruststoel. In de avonduren kwam het muziekkorps „Nooit Gedacht" hem thuis een serenade brengen. Toen kwam de eigenlijke feeststemming er pas goed in die tot laat in de avond zou voortduren. In 1924 ging met Pompert met pensioen. Hij bleef echter actief en was in de dertiger jaren nog betrokken bij een gemeenteveldwachterscursus. In 1954 overleed deze markante Windesheimer. Hij is 86 jaar geworden.

 

 

 

De Historische Vereniging Windesheim heeft een vaste rubriek in de Nieuwsbrief onder de naam: “Het verhaal van Windesheim”. Op onswindesheim.nl zal dezelfde informatie worden gepubliceerd met links naar de geraadpleegde sites en met meer afbeeldingen.

René van der Have Historische vereniging Windesheim